Categorie archief: Uncategorized

Doesjenel Prijs 2025

De Doesjenel Prijs is een tweejaarlijkse Leidse prijs voor kunstenaars van 35 jaar en jonger.

Het werk van kunstenaars Larissa Esvelt, Jaasir Linger en Katerina Sidorova is van 26 september 2025 t/m 25 januari 2026 tentoongesteld in Museum De Lakenhal.

De tentoonstelling trok mij vooral aan omdat de kunstenaars jong waren en ik nieuwsgierig was naar de werkwijze van deze generatie kunstenaars. Enkele werken vond ik niet makkelijk toegankelijk. Dat maakte dat ik vooral benieuwd werd naar het onderliggende proces waarmee zij kunst maakten.

LARISSA ESVELT

Frances Rompas heeft bij de Doesjenel Prijs de documentaire “Driehoeksportret ||” gemaakt waarbij ze de drie kunstenaars in beeld brengt en aan het woord laat.

De documentaire heeft veel indruk op mij gemaakt. In een klein kwartier zoomt zij in op de drie deelnemers en brengt essentiële uitspraken van hen over zichzelf, hun omgeving, geschiedenis, werkwijze en inspiratiebronnen naar voren.

De film is zeer compact. ze toont veel actie en is tegelijkertijd rustig van sfeer. De deelnemers voelen zich op hun gemak en praten vrijuit over hun drijfveren, waarden en doelstellingen. Het geëngageerde karakter van deze kunstenaars valt op alsmede de manier waarop zij persoonlijke ervaringen in relatie brengen met hun omgeving, hun persoonlijke geschiedenis, maar ook met het verleden van voorouders, koloniale verhoudingen en culturele veranderingen. 

JAASIR LINGER

Frances Rompas weet dit alles in een klein kwartier op een heldere manier voor het voetlicht te brengen. Een prestatie van formaat, waarbij zij ook nog eens de aandacht evenredig verdeelt over de drie zeer verschillende kunstenaars zonder dat de eenheid van de documentaire uit balans raakt. 

Iedere keer dat ik de documentaire zie (en dat is inmiddels meer dan tien keer) blijft hij mij boeien.

Wat mij opvalt aan de kunstenaars is dat zij op een onderzoekende manier kijken naar wie zij zijn. De rol die hun persoonlijke en familiegeschiedenis daarbij speelt wordt daarbij betrokken, net als de sociale en politieke omstandigheden in heden en verleden.

Ik heb de indruk dat de open houding waarmee zij zich met moeite en tegenslag, maar ook met enthousiasme en plezier, van dit alles bewust worden erin slagen om dit proces vloeibaar te houden en verstarring te voorkomen. Nog sterker deze manier van onderzoeken lijkt de creatieve motor te zijn van hun activiteiten. 

De tentoonstelling loopt zeer binnenkort af. Dat is jammer, maar veel materiaal zal terug te vinden zijn in het archief op de website van Museum De Lakenhal, in interviews met de kunstenaars in onder andere het Leids Dagblad van vorig jaar en op andere plaatsen.

KATERINA SIDOROVA

Larissa Esvelt heeft zowel de Doesjenel Prijs als de publieksprijs gekregen.

Foto’s: BdMM

De documentaire  “Driehoeksportret ||” van Frances Rompas is te zien op Youtube:

Lina Bo Bardi

Gisteren liep ik vroeg in de avond van de Boekenzolder aan de Middelstegracht in de buurt van de Ir. Driessenstraat en Hooigracht in Leiden. Die omgeving is op dit moment chaotisch. Opgebroken weg, gedeeltelijk geasfalteerd, verkeersomleidingen, tweebaansweg tijdelijk eenbaans. En daar doorheen lopen mensen naar of van het centrum, maken een praatje op straat, een meeuw trekt voedsel uit een grijze vuilniszak, een oude vrouw jaagt de meeuw weg. Bij veel woningen kun je naar binnen kijken. Mensen liggen uitgeteld op de bank en de tv staat aan. Een man zit aan de eettafel, rookt een sigaret en kijkt naar buiten.

Ik vond de omgeving chaotisch, maar tegelijk levendig en veelvormig. De schoonheid van complexiteit. Een schijnbaar willekeurige verzameling van mensen, dingen en verschijnselen op een klein gebied. Alsof je in een film van Fellini zit, maar dan op zijn Hollands en ongestileerd. Je zou die straat wel eeuwig opgebroken willen houden, vervallen gebouwen willen bevriezen, de tijd stilzetten op dit begin van de avond, maar dat werkt natuurlijk niet zo.

Ik moest daaraan denken toen ik thuisgekomen in de Volkskrant een stuk las (‘Bouwvrouw’) over de Braziliaanse architect Lina Bo Bardi. Architectuurcentrum Arcam in Amsterdam heeft een tentoonstelling over haar werk gemaakt. Ik ken haar werk niet maar ze zou, volgens het artikel, ontwerpen zo lelijk mogelijk maken, meegaan met de invulling van een omgeving zoals die bottom-up door mensen in gebruik is genomen. De gelijkstelling van ‘lelijkheid’ en ‘bottom-up-activiteiten’ in het artikel vind ik merkwaardig. Ik neem aan dat de schrijfster bedoelt dat een bewust ontwerp van een architect orde en regelmaat wil scheppen en dat dit ontwerpproces tegenovergesteld is aan iedereen-maar-zijn-gang-laten-gaan. Het is vaak aardig om je eerste oordeel (‘wat een zooitje hier’) even op te schorten en onbevangen om je heen te kijken. Langzaam maar zeker dringt de ‘echte’, levende, warme, bijna willekeurige werkelijkheid tot je door.

De schoonheid van chaos. Daar kan toch eigenlijk niets tegen op.

Afbeelding                                                                     (foto: Wikipedia)

(het artikel in de Volkskrant vind je hier:  http://www.arcam.nl/media/arcamindepers_nl.html )

Het Muizenhuis

In de eerste week na de verhuizing (zie vorige aflevering) liep ik een boekwinkel binnen in het centrum van Leiden. Ik zat nog in een zware roes van mijn nieuwe onderkomen. Mijn oog viel op een kinderboek. De kaft bood een inkijkje in de binnenruimte van een huis met veel houten trappen, vloeren, nissen en twee muisjes van stof op de begane grond. Het zag er knus, gezellig en ruimtelijk uit. De titel van het boek was: ‘Het Muizenhuis. Sam & Julia’. Karin Schaapman was de auteur.

Ik bladerde er doorheen. Afbeeldingen van knusse, volgepakte kamertjes met muizen van grijze stof, het zag er allemaal zeer aaibaar uit. De vele kamertjes en het huis dat ze vormden waren gemaakt van hout (zo oogden ze tenminste). Dit alles maakte een warme en geborgen indruk die helemaal samenviel met die van mijn nieuwe onderkomen.

muizenhuis2 001

Mijn appartement is deel van een zolder in een oud gebouw in het centrum van Leiden. Toen mij de woning werd aangeboden ben ik er eerst gaan kijken. Het was liefde op het eerste gezicht. Massieve, bruine balken met een sterke fysieke uitstraling van kracht lopen van de vloer tot aan en over het plafond. Alsof bomen aan de buitenkant van je appartement er doorheen groeien en je dak dragen. Een deel van de muren is naar binnen gebogen waardoor je het gevoel krijgt dat het appartement op jouw maat is gebouwd. Ik ging in een boomhut wonen. Warm en veilig.
Het enige wat me tegenviel waren de kleine ramen waardoor het er op het moment van mijn bezoek schemerig uitzag. Ik was gewend aan de licht- en ruimte-uitstraling van de woningen uit de Wederopbouwperiode (na de Tweede Wereldoorlog zag de toekomst er ruim, licht, open en positief uit).
Bij nader inzien droegen die kleinere ramen echter alleen maar bij aan het gevoel van geborgenheid in het huis. Het uitzicht is er redelijk weids, het wordt er dus geen ogenblik benauwd.

Ik heb het boek van Karina Schaapman onmiddellijk gekocht, liep ermee naar huis en werd daar nog enthousiaster. De volgende dag heb ik het tweede deel ook maar gelijk gekocht: ‘Het Muizenhuis. Sam & Julia in het theater’.

muizenhuis1 001

Beide boeken zijn kinderboeken maar kunnen voor volwassenen ook aantrekkelijk zijn. Ze bestaan uit korte, scene-achtige verhaaltjes, geschreven in een eenvoudige heldere taal.
Sam en Julia zijn de twee hoofdpersonen van het boek. Sam is een verlegen muis, Julia een durfal. Ze zijn erg aan elkaar gehecht. De afbeeldingen vind ik het sterkst. Al lezend en kijkend zit je in een warme, intieme wereld. De lichtval op de afbeeldingen is ongehoord mooi en intiem, als warm rood zonlicht in de late middag of vroege zomeravond.

Ik had nog nooit gehoord van de schrijfster, ook al had ze een Zilveren Penseel gekregen voor het eerste boek. Al lezend kreeg ik de fantasie over haar als een oude Joodse (de sjabbat wordt gevierd in een van de verhalen) vrouw die de Tweede Wereldoorlog had overleefd en troost zocht in de zelfgecreëerde wereld van het muizenhuis. Een beetje zoals de mensen in het voormalige Oostblok de kilte en het wantrouwen van de maatschappij ontvluchtten door het huiselijk leven te cultiveren met vrienden, familie, hapjes en (heel) veel drank. In het tweede boek werd echter het (Islamitische) Suikerfeest gevierd, waardoor ik het spoor even bijster was.

Ik ben eens op haar naam gaan googelen en viel daarbij van de ene verbazing in de andere. Blijkbaar heb ik het (Amsterdamse) nieuws van de afgelopen tien jaar in het geheel niet gevolgd.

Volgende aflevering: Zonder Moeder