Categorie archief: RAP Architectuurcentrum

Peter Pontiac en de Pignose Willy’s

In 2011 heb ik voor RAP Architectuurcentrum Peter Pontiac uitgenodigd om voor te lezen uit Kraut. De gebeurtenis vond plaats op 13 oktober van dat jaar in de Tuinzaal van Sociëteit de Burcht.

Ontwerp: Patrick Colly

Ontwerp: Patrick Colly

De locatie is markant. De Sociëteit ligt aan de voet van de Burcht. Diametraal tegenover de zaal lag het ouderlijk huis van de vader van Peter Pontiac, waar Kraut in feite om draait. Aan de Hoogstraat. Zijn kamer werd de ‘Burchtkamer’ genoemd, omdat het de enige kamer in het huis was die uitkeek op de Burcht. Tijdens het optreden van Peter Pontiac kon ik me niet losmaken van het idee dat die kamer in een rechte lijn dwars door de Burcht heen met de Tuinzaal verbonden was.

Burcht-kamer

Peter Pontiac las voor terwijl hij tekeningen van Kraut op een scherm projecteerde. Ik heb een deel van het optreden vastgelegd met een primitieve camera (helaas!). Daarbij switchte ik heen en weer tussen de sprekende Peter Pontiac en het scherm. Later bleek dat de camera de spreker niet had opgepikt omdat daar te weinig licht voor was. Ik vond de gebeurtenis zo historisch dat ik de opname, ondanks de slechte kwaliteit (het geluid is ook erg zacht) toch op Youtube heb gezet: https://www.youtube.com/watch?v=prlFuXlgUTE

Peter Pontiac raadde ons aan om de lezing te combineren met een optreden van het bluesduo The Pignose Willy’s. Het was fantastisch! Enerverende blues die naadloos aansloot bij het hele evenement.

De opname van een deel van hun optreden houdt ook niet over. Het vond plaats bij weinig belichting. Maar dat had in dit geval wel wat. Ik heb ook die opname op Youtube gezet: https://www.youtube.com/watch?v=_CT0vTgw_NY

 

Peter Pontiac en Leiden

Anderhalf jaar geleden liep ik in een Leidse boekhandel tegen het boek Kraut van Peter Pontiac aan. Het boek maakte (en maakt ) veel indruk op mij.

Kraut is een graphic novel die zich voor een belangrijk deel in Leiden afspeelt. Hoewel Peter Pontiac in Beverwijk is geboren is hij voor mij een zoon van Leiden. En zoals Leiden trots mag zijn op Karina Schaapman ( http://bit.ly/YqGLMe en http://bit.ly/12fbVwM ) als dochter van Leiden, geldt voor mij hetzelfde voor Peter Pontiac als zoon van deze stad.

Kraut is een absolute aanrader voor iedereen die in Leiden (of daarbuiten) woont!

Hieronder een recensie over Kraut die ik in 2011 voor RAP Architectuurcentrum (http://www.rapsite.nl/) schreef.

Kraut

“Dat ik mijn tekeningen volstop heeft er ook mee te maken, dat ik in mijn tekeningen woon als ik eraan werk, en dan wil ik er ook zo lang mogelijk in blijven wonen.”

(Peter Pontiac in interview door Martijn Meijer in de NRC van 5-1-2001)

Afgelopen augustus pakte ik in een Leidse boekhandel in een impuls het boek Kraut van Peter Pontiac op. Titel noch auteur zeiden me iets. Al bladerend werd ik getroffen door de dramatische kracht die van de bladzijden afspatte, door de volheid van de bladzijden en door de herkenning van beelden van Leiden. Ik heb het onmiddellijk gekocht.

Peter Pontiac bleek het pseudoniem van Peter Pollmann te zijn. Kraut is een graphic novel, een combinatie van tekst en tekeningen, die in dit geval over het leven van de vader van de tekenaar/auteur, Joop Pollmann, gaat.

Vader Joop Pollmann is in 1922 geboren in Leiden. Zijn vader, de grootvader van Peter Pontiac, Piet Pollmann, was eigenaar van een winkel in religieuze artikelen, St. Joseph, aan de Hoogstraat.

St. JosephAan de tekeningen te zien moet de winkel gevestigd zijn geweest in het pand naast het pand dat in 1925 in opdracht van Winkelbedrijf Brüning door architectenbureau Van der Laan is ontworpen. In het Van der Laanarchief (ondergebracht in het NAI) wordt melding gemaakt van “Dhr Polmann” (fout in de naam) die in 1913 aan het Rooms-katholieke architectenbureau Van der Laan opdracht gaf  “gebouw Polmann Hoogstraat 3-4” te (ver?)bouwen. Ik neem aan dat hier naar de grootvader, Joseph Pollmann, van de auteur wordt verwezen. Deze vluchtte in 1873, op vijftienjarige leeftijd van Duitsland naar Leiden om aan de Pruisische dienstplicht te ontsnappen. In Leiden vond hij werk in een zaak van glas- en porseleinwaren van neef H. Lühn. Het ging hem uiteindelijk zo voor de wind dat toen hij ca. 1920 met pensioen ging hij drie zaken naliet: een winkel in serviesgoed, een in huishoudelijke artikelen en een in religieuze artikelen. De winkels lagen bijna naast elkaar, twee aan de Hoogstraat en één om de hoek aan de Nieuwe Rijn. Piet Pollmann nam de zaak met religieuze artikelen over. In 1922 wordt Joop Pollmann geboren.

Burcht-kamerJoop Pollmann raakt gedurende de dertiger en veertiger jaren van de twintigste eeuw in de ban van het fascistisch gedachtengoed. Hij wordt (zeer tegen de zin van zijn vader) lid van de NSB en treedt uiteindelijk toe tot de Waffen SS, afdeling Oorlogsberichtgeving. Hij doet voor de Duitsers verslag van de frontactiviteiten in Leningrad en van de invasie van de geallieerden in Normandië. Met de terugtrekking van de Duitsers gaat hij mee tot in België waarna hij besluit naar Nederland terug te keren. Na de oorlog werkt hij als journalist respectievelijk bij damesblad Libelle en roddelblad Story. In 1978 wordt zijn huurauto onbeheerd aangetroffen aan de Daaibooibaai op Curaçao. Daarna is niets meer van hem vernomen.

DaaibooibaaiZoon Peter Pontiac heeft Kraut opgezet als een zoektocht naar zijn vader in de vorm van een brief aan hem in beeld en woord. Hij poogt met name antwoord te vinden op de vragen hoe zijn vader fascist is geworden en wat er in de Daaibooibaai is gebeurd.

De tekenaar/auteur gaat grondig te werk. Hij reconstrueert het leven van zijn vader met behulp van schetsboeken, gedichten en verhalen van zijn vader uit diens jeugd in Leiden, citaten uit verhoren door de politieke recherche van na de oorlog, krantenknipsels en wat hij maar vinden kan. En natuurlijk in de eerste plaats met zijn (Peter Pontiac’s) tekeningen en teksten. De stadhuisbrand in 1929 komt langs, evenals de bouw van Vroom & Dreesmann tussen 1933 en 1935 (ook weer van de hand van het rooms-katholieke architectenbureau Van der Laan) aan de Aalmarkt en Marinus van der Lubbe (die tot ergernis van Piet Pollmann voor de deur van de winkel krantjes van ‘De Roode Werker’ uitventte). Ook plaatst Peter Pontiac de ontwikkeling van zijn vader in de bredere historische context van de crisisjaren, de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw.

LeidenAl tekenend en schrijvend geeft Peter Pontiac commentaar op de levensgang van zijn vader en stelt hem vragen. Soms cynisch, dan weer sarcastisch en met (zwarte) humor, maar altijd is  een onderliggende toon voelbaar van een zoon die op zoek is naar zijn vader met alle ambivalente gevoelens van dien.

Alleen al om het historische verhaal en de verschillende perspectieven op deze hectische periode zou dit boek zeer geschikt zijn voor de geschiedenisles op middelbare scholen al weet ik niet of het heftige en indringende karakter pedagogisch verantwoord is voor deze groep.

Kraut is voor het eerst verschenen in 2000. In 2005 verscheen een met “nagekomen berichten” vermeerderde tweede druk. Het boek dat ik heb aangeschaft blijkt te zijn uitgegeven in verband met de toekenning van de Marten Toonderprijs 2011.

Dat de pagina’s geheel gevuld zijn met teksten en tekeningen droeg bij aan mijn kooplust. In interviews geeft de tekenaar/auteur hier verschillende verklaringen voor. De wat mij betreft mooiste vond ik in een interview uit 2001 in de NRC: “Dat ik mijn tekeningen volstop heeft er ook mee te maken, dat ik in mijn tekeningen woon als ik eraan werk, en dan wil ik er ook zo lang mogelijk in blijven wonen. Als ik er dan nog iets bij weet te verzinnen, garandeert dat een langer verblijf.” Die ervaring deel ik met de auteur, maar dan van de consumentzijde zeg maar.

Bernard de Mol Moncourt, september 2011

Kraut is uitgegeven bij Podium in Amsterdam

Naast het boek heb ik gebruik gemaakt van de volgende literatuur:

– L. van der Laan (1864-1942) en J.A. van der Laan (1896-1966) door David Geneste, Albert Gielen en Rick Wassenaar, een uitgave in de BONAS-reeks van het Nederlands Architectuur Instituut

– Van der Laan. Architecten in Leiden e.o. sinds 1891. Architectuurroute, uitgegeven door RAP Architectuurcentrum in Leiden

– “Het beslissende boek van Peter Pontiac.” Interview door Martijn Meijer in de NRC van 5-1-2001

– Van der Laanarchief (ondergebracht in het NAI), digitaal

LEIDEN, NIETS MEER AAN DOEN

Een week geleden bezocht ik een presentatie van Henk Hartzema, ontwerper van het masterplan van het Bio Science Park van Leiden. De lezing was georganiseerd door RAP Architectuurcentrum. Zoals mij wel vaker overkomt in het RAP werd ik geconfronteerd met visies waar ik zelf niet gauw op zou komen.

Hartzema begon met een uiteenzetting over de universiteitsgebouwen en –complexen in Leiden en de plannen daarmee voor de toekomst.

In de loop van de avond zoomde hij steeds meer uit. Hij beschreef de ontwikkeling van Leiden en aangrenzende gemeentes (Oegstgeest, Rijnsburg, Leiderdorp, Valkenburg, Katwijk enz. ) gedurende de afgelopen decennia.

foto: RAPsite

foto: RAPsite

In feite zijn al die gemeenten tegen elkaar aangegroeid en tegen elkaars grenzen opgelopen. Daar zit helemaal geen plan achter. Iedere gemeente met zijn eigen cultuur, taal en gewoontes groeit op zijn eigen manier door tot het niet meer kan.

Ik ben zelf geboren in Limburg. In een dorp een kilometer verderop kon je de mensen al niet meer verstaan omdat ze een ander dialect spraken. Iets dergelijks heeft zich ook in de regio Leiden voltrokken. Alleen bij nacht zie je de eenheid die er verder niet is. Daar is geen regisseur voor. Die komt er mijns inziens ook niet. Dat is domweg niet Nederlands.

foto: André Kuipers

foto: André Kuipers

Nederland is een handelsland. Wij hebben een cultuur van pappen en nathouden. Een uitgesproken politieke visie, durf of moed is er niet. Wat wij met Europa willen, ik zou het niet weten. We zijn flexibel of, negatief gezegd, opportunistisch. Dat heeft voor- en nadelen. Voordeel is dat we in onze ontwikkeling geen wilde sprongen maken. We benoemen een commissie die verslag uitbrengt en dan benoemen we een nieuwe commissie die dat verslag weer gaat bestuderen. Nee, dan de Duitsers. Die zaten met een versnipperd Ruhrgebied na grote veranderingen in de industriële sector in de twintigste eeuw. Daar hebben ze een soort doorzettingsmacht opgezet, die alle lagere overheden overrulede. Het resultaat: een van de meest indrukwekkende metropolitane parken van Europa.

Henk Hartzema merkte op dat Leiden eigenlijk alles al heeft. Een historische binnenstad, een redelijk woningaanbod (zij het met een tekort aan woningen in de middencategorie), een universiteit, musea enz. Je bent zo in Amsterdam of Den Haag of Rotterdam. Je kunt naar het strand fietsen of naar de Klinkenbergerplas of naar het Groene Hart.

De infrastructuur is er grillig. Goede fietspaden ontbreken, autowegen meanderen. Door het ontbreken van een regisseur zal dat wel zo blijven, maar met wat doorzettingsvermogen kom je heus wel waar je zijn wilt.

De lezing vond plaats in het kader van een onderzoeksproject van het RAP: Leiden in de Randstad. Hoort Leiden nu bij de Noordvleugel van de Randstad (Amsterdam en omgeving) of bij de Zuidvleugel (Rotterdam, Den Haag enz.), bij allebei of vallen we tussen de wal en het schip?

Tijdens de lezing in het RAP trok ik de conclusie die titel van dit stuk is geworden. Leiden is door de Tachtigjarige Oorlog heengekomen en heeft daar zelfs een universiteit aan overgehouden. Wie doet ons wat?

Leiden 3 oktober. Foto Wikipedia

Leiden 3 oktober. Foto Wikipedia